Instantie
Hoge Raad
Samenvatting
De Rechtbank heeft alimentatie toegekend. Het Hof heeft geoordeeld
dat de Rechtbank ambtshalve had moeten vaststellen dat de vrouw hierop geen
aanspraak kan maken. Het Hof is hiermee buiten de rechtsstrijd van partijen
getreden. Het staat de rechter vrij naar aanleiding van alle
omstandigheden, overeenkomstig art. 1:157 lid 3 BW, de uitkering slechts voor
bepaalde tijd toe te kennen, ook al heeft de wederpartij hierover geen verweer
gevoerd. Dit is echter anders wanneer het gaat om limitering van de
uitkering. In beginsel moet de alimentatieplichtige stellen waarom
limitering gepast zou zijn. Op de vrouw rust geen stelplicht in deze zaak
De opvatting van het Hof is onjuist
Volledige tekst
Rechters
Mrs. Snijders, Martens, Van den Blink, Hermans, Bloembergen